Niews artikel https://www.nationaalklimaatplatform.nl/
De productie van hernieuwbare energie groeit vooral door betere benutting van bestaand vermogen. Nieuw vermogen komt er weinig bij. In het tweede kwartaal van 2026 groeide de productie met 13 procent. In hetzelfde kwartaal vorig jaar was dat 16 procent. Dit blijkt uit de cijfers van Energieopwek.nl.

(geel = zonne-energie, groen = wind, bruin = biomassa– grijs is 2025)
Groei nieuw vermogen stagneert
Er kwam niet of nauwelijks nieuw windvermogen bij. Omdat het ook nog minder waaide produceerden de molens 4 procent minder dan het tweede kwartaal in 2025. Naar verwachting komt er op korte termijn niet tot weinig nieuwe capaciteit bij. De kans bestaat zelfs dat niet alle oude molens vervangen worden door nieuwe exemplaren. Daarmee wordt de groei van energie uit wind steeds afhankelijker van de mate waarin het waait.
Minder afschakelen, betere benutting geplaatst vermogen
De zonnepanelen die er wel lagen leverden wel 34 procent meer stroom dan het jaar ervoor. Dat is vooral omdat ze dankzij de export, flexibiliteit en de betere opslag minder vaak werden uitgezet.
Het lukte om in periodes van veel wind of zon meer hernieuwbare energie te exporteren. Ook de groeiende opslagcapaciteit in batterijen lijkt ervoor te zorgen dat het opgestelde wind- en zonvermogen beter werd benut. Over batterijopslag heeft Energieopwek nog geen harde cijfers. Diverse onderzoeken zoals het Storage en Solar Trendreport van DNE-research registreren een groei van opslagcapaciteit.
Gaan we naar minder negatieve prijzen?
Het effect van minder afschakelen vertaalt zich ook in de afname van het aantal uren met negatieve prijzen. Dat is met 248 uur bijna de helft minder dan hetzelfde kwartaal vorig jaar. Op jaarbasis is het verschil minder groot, maar de trend is in de juiste richting.
Verschillende sites houden negatieve kwartieren bij: Jeroen dynamische energie prijzen

Trendbreuk beter zichtbaar in het overzicht van Entrance EU, benutting duurzame energie

Doelstelling tweede kwartaal
Het aandeel hernieuwbaar in de stroomproductie kwam uit op 65 procent. Dat is iets minder dan hetzelfde kwartaal vorig jaar. Dat was een zeer zonnig en winderig kwartaal. Dit aandeel had meer dan 70 procent kunnen zijn als de molens en panelen niet waren afgeschakeld. We hadden dan in de periodes van veel wind en zon meer opslagcapaciteit moeten hebben om de energie op te slaan. Het afgelopen kwartaal is hierdoor zo’n 4.5 PJ aan hernieuwbare opwek onbenut blijven liggen. Hiermee had je ruim 400.000 huishoudens een jaar van stroom kunnen voorzien.
Het doel van het Klimaatakkoord is om in 2030, 70 procent van onze stroom hernieuwbaar op te wekken.
Geëxporteerde duurzame energie blijft volgens de regels wel meetellen voor de Nederlandse doelstellingen voor productie hernieuwbare energie.
Totale energieverbruik ten opzichte van electriciteit.
Hernieuwbare stroom is slechts een deel van de totale hernieuwbare energie. Het finale energiegebruik in Nederland bestaat uit drie onderdelen; warmte, 55 procent (vooral gebouwen en industrie), transport, 25 procent (vooral wegverkeer en vliegverkeer) en stroomverbruik, 20 procent.
Door electrificatie van de industrie, vervoer, koken en verwarmen zal het aandeel electriciteit groeien. Het PBL berekent dat dit in 2030 ongeveer uitkomt op 24 procent van het finale gebruik.
Oftewel komende jaren verwacht men dat het aandeel electriciteitsverbruik, door electrificatie, zo’n 4% toeneemt in het finale gebruik.